Een verandering in de manier waarop SKOA bestuurd wordt

Bij SKOA heeft onlangs een bestuurlijke verandering plaatsgevonden in vorm van een transitie van een bestuur-model naar een toezicht-model. Wat dat betekent staat hieronder kort uitgelegd.

In het oude bestuur-model werd het beleid ontwikkeld door een raad van bestuur en vervolgens uitgevoerd door een directie. In het nieuwe toezicht-model ligt de verantwoordelijkheid voor het besturen van de stichting bij de directie zelf. De directie wordt daarbij gecontroleerd en geadviseerd door een raad van toezicht. Er is dus formeel geen (raad van) bestuur meer. Wel worden meer regels voor het ontwikkelen en het uitvoeren van het beleid door de directie, door de raad van toezicht vastgelegd in reglementen.

Het toezicht-model past in de huidige tijd beter bij een grote en dynamische organisatie zoals SKOA. In het algemeen kunnen beslissingen nu sneller en effectiever genomen worden, zonder eerst toestemming aan een bestuur te hoeven vragen, waarvan de leden in de praktijk vaak parttime voor de stichting werken. Maar over grote beslissingen zal met de raad van toezicht altijd overlegd worden, en aan de raad moet goedkeuring gevraagd worden voor bijvoorbeeld financiële begrotingen. En hoewel de raad niet verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur, blijft zij wel verantwoordelijk voor wie het dagelijks bestuur doet: de raad benoemt en ontslaat de directie.

Daarnaast kan de nieuwe raad, door minder betrokken te zijn bij de dagelijkse gang van zaken, het beleid beter beoordelen, hierover adviseren, en zo nodig bijsturen. Ook blijft de raad een belangrijk contactorgaan in de relaties naar de buitenwereld toe, zoals naar de overheid en naar het bisdom in Willemstad.

Deze bestuurlijke verandering heeft ook gevolgen voor hoe binnen het kantoor van SKOA gewerkt wordt: geleidelijk aan zullen een aantal taken en verantwoordelijkheden verschuiven van de directie naar de specialisten op vakgebieden zoals zorg, IT en personeel, en naar de staffunctionarissen die dagelijks te maken hebben met het kleuter, basis, speciaal en voortgezet onderwijs. Zij zijn vaak beter op de hoogte van wat er zich afspeelt binnen hun vakgebied en op hun scholen, waardoor ook dat efficiënter werkt voor alle betrokkenen. De directie op haar beurt krijgt zo meer tijd voor het besturen van de stichting zelf en het als bevoegd gezag daadkrachtig ontwikkelen en uitvoeren van beleid dat op termijn voor al haar scholen het beste is.

De verandering van het bestuur-model naar het toezicht-model is formeel vastgelegd in een statutenwijziging.